Invoering van de familierechtbank. Wat verandert er vanaf 01.09.2014?

Vanaf 01.09.2014 heeft elke rechtbank van eerste aanleg een eigen familie- en jeugdrechtbank, waar men terecht kan voor quasi alle familiale geschillen.

De familie- en jeugdrechtbank bestaat uit drie soorten kamers: de familiekamer, de jeugdkamer en de kamer voor minnelijke schikking.

 

Betwistingen in verband met het wettelijk samenwonen, het huwelijk, de echtscheiding, de vermogensrechtelijk gevolgen daarvan, de vaststelling en het betwisten van de afstamming, het ouderlijk gezag, de verblijfsregeling en het recht op persoonlijk contact ten aanzien van minderjarige kinderen en vorderingen over onderhoudsverplichtingen zijn maar enkele voorbeelden van zaken die voortaan behandeld worden door de familierechtbank.

Voor de invoering van de familierechtbank, was de bevoegdheid inzake familiale geschillen een versnipperd kluwen, verspreid over het vredegerecht, de voorzitter zetelend in kortgeding, de rechtbank van eerste aanleg en de jeugdrechtbank.

Deze versnippering kwam de rechtzoekenden uiteraard niet ten goede.

Om deze zaken beter te centraliseren, werd reeds lang geijverd voor de oprichting van een familierechtbank, wat uiteindelijk gebeurd is bij Wet van 30 juli 2013 betreffende de invoering van een familie- en jeugdrechtbank, BS september 2013.

Van zodra een eerste vordering bij een familierechtbank wordt ingediend, wordt een familiedossier geopend. Daarin komen alle geschillen die ontstaan tussen partijen met gemeenschappelijke minderjarige kinderen (gehuwd, wettelijk samenwonend of feitelijk samenwonend); tussen echtgenoten (al dan niet met kinderen); of tussen wettelijk samenwonenden (al dan niet met kinderen).

Op die manier kan een bepaalde zaak eveneens van begin tot einde wordt opgevolgd door dezelfde rechter zodat er een beslissing kan worden genomen met kennis van het volledige dossier.

 

Verder is het ook zo dat bemiddeling en andere vormen van minnelijke schikking een centrale plaats krijgen in de familierechtbank. Zodra een vordering wordt ingesteld bij de familierechtbank, informeert de griffier de partijen over de mogelijkheid tot bemiddeling, verzoening of een andere minnelijke oplossing van conflicten. De familierechtbank is daarnaast ook verplicht om op de inleidingszitting de partijen te wijzen op de mogelijkheid om hun geschil te beslechten via verzoening, bemiddeling of een andere vorm van minnelijke oplossing van conflicten.

Uiteraard kan Advocatenkantoor Goris & Van Herck U adviseren en bijstaan bij uw familiale moeilijkheden. Indien een minnelijke regeling in uw geval niet mogelijk blijkt te zijn, kan Advocatenkantoor Goris & Van Herck het nodige doen teneinde de procedure voor de familierechtbank op te starten en af te handelen.

Back to top